Plan van aanpak bij verzuim opstellen

  • leestijd: 3 minuten
  • 01 februari 2019 aangemaakt
  • 06 februari 2019 bijgewerkt

Als uw werknemer zich heeft ziekgemeld, bent u er samen verantwoordelijk voor dat hij zo snel mogelijk verantwoord weer aan het werk kan. Dat staat beschreven in de Wet verbetering poortwachter. U werkt hiervoor samen met uw arbodienst. In de Wet verbetering poortwachter staan een aantal verplichtingen die moeten bijdragen aan een duurzaam herstel, waaronder het Plan van aanpak.

Plan van aanpak bij verzuim opstellen

Wet verbetering poortwachter

Een zieke werknemer wil over het algemeen het liefst zo snel mogelijk weer aan het werk. En dat wilt u als werkgever natuurlijk ook. Volgens de Wet verbetering poortwachter moeten uw werknemer en u hiervoor samen met de arbodienst een aantal stappen nemen. Lees er hier alles over.

Plan van aanpak

Uiterlijk zes weken nadat uw werknemer zich heeft ziekgemeld, en de werkgever dat heeft doorgegeven aan de arbodienst, bekijkt de bedrijfsarts de situatie. Hij stelt een Probleemanalyse op en geeft een richtinggevend advies. Hiermee kunt u – samen met uw werknemer – afspraken maken over de aanpak: dit kan variëren van afspraken over werkzaamheden en werkhervatting maar ook, als werkhervatting nog niet mogelijk is, de wijze waarop gedurende de ziekteperiode contact gehouden wordt met elkaar en over eventuele interventies die ingezet kunnen worden om het herstel te bespoedigen.

De Probleemanalyse en het advies van de bedrijfsarts vormt de basis voor het Plan van aanpak. Hier gaat u samen met uw werknemer mee aan de slag, meestal in week 8. Het Plan van aanpak moet uiterlijk aan het einde van de 8e week besproken en getekend zijn. Het te laat opstellen van een Plan van aanpak kan consequenties hebben in de vorm van een loonsanctie van het UWV. Wat zet u concreet in het plan?

  • De acties die worden ingezet om weer duurzaam aan het werk te gaan, zoals: inzet van begeleiding door een psycholoog, aanpassing van de werkplek, geleidelijk opbouwschema, loopbaanbegeleiding.
  • Het doel van deze acties zijn over het algemeen voor duurzame terugkeer in eigen werk. U legt doelstellingen vast en de termijn waarbinnen ze behaald moeten worden. Plan evaluatiemomenten in en blijf goed communiceren met de werknemer. Als terugkeer in het eigen werk niet meer mogelijk is, - vaak zal dat pas later in het traject met zekerheid vastgesteld kunnen worden -, dan wordt met behulp van inzet van een arbeidsdeskundige bekeken of het eigen werk aangepast kan worden, dan wel of ander werk bij eigen werkgever mogelijk is. Is dat niet het geval dan moet werknemer begeleid gaan worden naar passend werk bij een andere werkgever. Daarvoor wordt door de werkgever de hulp van een re-integratiebedrijf ingeschakeld.  
  • Het benoemen van een casemanager. Hij begeleidt de activiteiten en verzorgt de contacten tussen werkgever, werknemer en de arbodienst/bedrijfsarts en eventueel het re-integratiebedrijf. De casemanager kan een medewerker van de arbodienst zijn, maar ook de direct leidinggevende of een andere werknemer binnen uw bedrijf. Uw werknemer en u kunnen allebei terecht bij de casemanager als u vindt dat iets niet volgens afspraak verloopt.

Samenvattend staat in het Plan van aanpak 1. wat uw werknemer wilt bereiken en 2. hoe uw werknemer weer gaat werken Het formulier vult u online in via de website van UWV. Klanten van ArboNed vinden een opzet Plan van aanpak in de online portal Vandaag.

Voortgang Plan van aanpak bespreken

Het Plan van aanpak is een momentopname, dus u bespreekt de voortgang minimaal elke zes weken. Ook de bedrijfsarts heeft regelmatig contact met de werknemer. U bepaalt steeds samen met de werknemer wat de volgende stap is. Waar nodig past u het Plan van aanpak aan. Het kan zijn dat de bedrijfsarts u adviseert het Plan van aanpak aan te passen omdat de medische situatie heeft geleid tot bijstelling van het advies. Bent u het niet eens met het Plan van aanpak en komt u er niet uit met uw casemanager? Dan kunt u een deskundigenoordeel aanvragen bij UWV. Dan geeft UWV een onafhankelijk oordeel over de re-integratie.