Pesten op het werk: dit kunt u doen om het te voorkomen
Pesten op de werkvloer is een blijvend en serieus probleem. Uit een recent CNV‑onderzoek blijkt dat ruim een kwart van alle werkenden in Nederland weleens door een collega is gepest. Het kan variëren van openlijk schelden tot subtiel buitensluiten. Dit raakt niet alleen de persoon zelf, maar ook de sfeer en samenwerking binnen het team. In sommige gevallen leidt het zelfs tot langdurig verzuim. Wij geven u 7 tips om pesten te voorkomen.
De 7 belangrijkste maatregelen om pesten te voorkomen:
1. Maak duidelijk dat u pestgedrag niet tolereert
Medewerkers moeten weten waar de grenzen liggen. Leg daarom in een protocol ongewenste omgangsvormen vast welk gedrag onacceptabel is en welke maatregelen volgen bij overtreding. Dit maakt het voor medewerkers eenvoudiger om iemand aan te spreken op het pestgedrag of hierover een melding te doen.
2. Leg pesten en PSA stevig vast in het beleid
Pesten valt onder psychosociale arbeidsbelasting (PSA), net als discriminatie, agressie en (seksuele) intimidatie. Werkgevers zijn verplicht om PSA serieus aan te pakken en pesten duidelijk op te nemen in hun PSA-beleid.
Zorg onder andere dat:
- Pesten expliciet benoemd wordt;
- Medewerkers weten bij wie ze terecht kunnen;
- Leidinggevenden signalen kunnen herkennen.
Goed vastgelegde afspraken zorgen ervoor dat medewerkers met plezier kunnen blijven werken en minder risico lopen op psychische klachten.
3. Geef zelf het goede voorbeeld
Regels zijn niet effectief zonder voorbeeldgedrag van leidinggevenden en management.
Regels en gedragscodes zijn niets waard zijn als leidinggevenden zich er niet aan houden. Dat betekent: niet bagatelliseren, maar actief het gesprek aangaan en respectvol communiceren met duidelijke, opbouwende feedback.
4. Bevorder sociale verbondenheid op de werkplek
Het versterken van sociale relaties vermindert pestgedrag. Medewerkers die elkaar beter leren kennen vallen minder snel in patronen van buitensluiten of roddelen. Denk aan het organiseren van teamdagen of gezamenlijke start‑ of reflectiemomenten.
5. Stel een vertrouwenspersoon aan (intern of extern)
Voor medewerkers kan het moeilijk zijn om pestgedrag met hun leidinggevende te bespreken, vooral wanneer die leidinggevende zelf mogelijk bij het gedrag betrokken is. Een vertrouwenspersoon verlaagt de drempel en is een veilige, vertrouwelijke aanspreekpunt voor meldingen. Lees hier hoe u de juiste vertrouwenspersoon kiest.
6. Neem meldingen serieus en kom direct in actie
Het melden van pesten is voor slachtoffers een grote stap. Bagatelliseer nooit signalen en volg deze altijd zorgvuldig op.
Een effectief stappenplan bevat in elk geval:
- Luisteren en erkennen;
- Blijf objectief in de situatie en kies geen partij;
- Geef een snelle opvolging.
7. Train leidinggevenden in het signaleren en stoppen van pestgedrag
Leidinggevenden spelen een belangrijke rol hebben bij het op tijd herkennen van pestgedrag. Met goede training leren zij welke signalen daarop kunnen wijzen en hoe zij gepast kunnen handelen wanneer er iets speelt.
Leg deze taken en werkwijzen vast in het PSA‑beleid, zodat duidelijk is hoe het bedrijf omgaat met ongewenst gedrag.
Waarom pesten op het werk zulke grote gevolgen heeft
Medewerkers die langere tijd met pestgedrag te maken hebben, kunnen minder zelfvertrouwen krijgen, zich terugtrekken en minder goed presteren. In ernstige gevallen leidt dit tot stressgerelateerde klachten en zelfs burn‑out.
Daarnaast leidt pesten tot:
- Een verslechterde werksfeer;
- Mogelijke arbeidsconflicten;
- Ziekmeldingen en langdurige uitval;
- Hogere verzuimkosten.
Wat valt onder pesten?
Hoewel sommige gedragingen door één persoon als een grapje worden gezien, kan dezelfde opmerking/handeling voor een ander kwetsend of intimiderend zijn. Volgens ArboNed gaat het om gedrag dat iemand structureel schade, stress of ongemak bezorgt, zoals:
Soms wordt bepaald gedrag door de één als een grapje bedoeld, terwijl een ander het als kwetsend of intimiderend kan ervaren. We spreken van pesten wanneer gedrag iemand steeds opnieuw stress, ongemak of schade bezorgt, zoals:
- Negeren of buitensluiten;
- Vernederen of belachelijk maken;
- Schreeuwen of schelden;
- Roddelen;
- Kritiek uiten op de persoon in plaats van op het werk zelf.
Hierbij gaat het bijna altijd om herhaald of systematisch gedrag.


