Werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)

  • Leestijd
    3 minuten
  • 07 augustus 2019 aangemaakt
  • 31 januari 2021 bijgewerkt

Het doel van de WIA is om mensen zoveel mogelijk te laten deelnemen aan het arbeidsproces. Uitgangspunt is het kijken naar de mogelijkheden in plaats van de beperkingen en zo geschikt werk te vinden of te behouden (ofwel 'de restverdiencapaciteit benutten'). De voorloper van de WIA was de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Net als de WAO start de WIA na ten minste twee jaar onafgebroken arbeidsongeschiktheid.

wia

Voorwaarden voor het recht op een WIA-uitkering

Om een WIA-uitkering te krijgen, moet de werknemer 104 weken (twee jaar) onafgebroken arbeidsongeschikt zijn geweest, waarbij opeenvolgende perioden met een onderbreking van minder dan vier weken bij elkaar worden opgeteld. Deze termijn van 104 weken wordt de zogenaamde wachttijd genoemd. Gedurende de wachttijd betaalt de werkgever het loon door. 

Wachttijd verkorten of verlengen

De wachttijd kan op verzoek van de werkgever én de werknemer worden verlengd. Dit is zinvol als de verwachting is dat de werknemer op korte termijn volledig hersteld is. Werkgever moet tijdens de verlening het loon doorbetalen

Verkorting van de wachttijd is mogelijk als al snel duidelijk wordt dat de werknemer volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. Op verzoek van de werknemer kan vanaf de 13e week tot aan de 78e week een aanvraag voor een kortere wachttijd worden ingediend bij het UWV. Deze aanvraag is dan ook een verzoek om een IVA-uitkering.

Bij de aanvraag moet altijd een verklaring van de bedrijfsarts zitten, waarin staat dat er sprake is van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid. De verklaring van de bedrijfsarts moet mede gebaseerd zijn op een verklaring van een behandelend specialist. De loondoorbetalingsverplichting van de werkgever loopt in dat geval wel 104 weken door. De IVA-uitkering kan de werkgever in mindering brengen op het loon dat hij aan werknemer betaalt.

Poortwachterstoets

Volgens de Wet verbetering poortwachter moet na 91 weken een re-integratieverslag ingediend worden bij het UWV. Dit re-integratieverslag bestaat uit de volgende stukken:

  • Probleemanalyse en eventuele bijstellingen (Bijstelling probleemanalyse)
  • Plan van aanpak
  • (Eerstejaars)evaluatie
  • Actueel oordeel (bedrijfs)arts
  • Eindevaluatie

De werkgever levert het re-integratieverslag online aan bij het UWV. Dit doet hij via het werkgeversportaal UWV. Wil de werknemer niet dat de werkgever het re-integratieverslag online aanlevert? Dan stuurt hij zelf het volledige verslag per post toe. Hij gebruikt hiervoor de kopieën van de formulieren die hij heeft ontvangen. De werknemer is verantwoordelijk voor de WIA-aanvraag. In week 87 ontvangt hij daarvoor formulieren van het UWV. Deze kan hij uiterlijk tot en met de 93e verzuimweek aanvragen.

Voordat het UWV de beoordeling van het recht op een WIA uitkering doet, voert het UWV de zogenaamde poortwachterstoets uit. Het UWV toetst daarbij of werkgever en werknemer zich voldoende hebben ingespannen voor de re-integratie van werknemer en/of beide partijen zich hebben gehouden aan de voorschriften uit de Wet verbetering poortwachter en de Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar. 

Als het UWV oordeelt dat er onvoldoende aan de re-integratie is gedaan, dan wordt aan de werkgever een loonsanctie opgelegd. De loonsanctie houdt in dat de loondoorbetalingsverplichting van 104 weken wordt verlengd. Als een loonsanctie wordt opgelegd, dan wordt de WIA-aanvraag opgeschort. De loonsanctie duurt maximaal één jaar. Een eventuele WIA-uitkering gaat pas in nadat de loonsanctie is opgeheven.

wia-aanvraagDe WIA-aanvraag: welke stukken moet u inleveren?

Uw werknemer kan een WIA-uitkering aanvragen bij het UWV als hij ruim anderhalf jaar ziek is. Lees hier wat er nodig is voor het aanvragen van een WIA-uitkering.

Wanneer geen WIA?

De WIA drukt arbeidsongeschiktheid uit als het verlies aan verdienvermogen ten opzichte van het verdienvermogen vóór arbeidsongeschiktheid. Om het verlies aan verdiencapaciteit te berekenen, wordt het ‘maatman inkomen’ (het inkomen dat de werknemer verdiende voordat hij arbeidsongeschikt werd) vergeleken met het ‘restinkomen’ (bedrag dat de werknemer nog kan verdienen met algemeen geaccepteerde arbeid) volgens onderstaande formule:

(Maatmaninkomen – restinkomen) : (maatmaninkomen) x 100 = arbeidsongeschiktheidspercentage 

Werknemers met een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 35% komen niet in aanmerking voor een WIA-uitkering. Zij zijn niet arbeidsongeschikt in de zin van de WIA. Als deze werknemers niet binnen 104 weken herplaatst kunnen worden in aangepast of vervangende arbeid binnen of buiten de eigen organisatie, komen zij in aanmerking voor een Werkloosheidsuitkering.

IVA en WGA

De WIA kent twee regelingen:

  • Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA)
  • Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA)

IVA

De IVA is een uitkering voor werknemers die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn. Van volledige ongeschiktheid is sprake indien er een verlies aan verdiencapaciteit is van ten minste 80%. Dat wil zeggen dat een werknemer als gevolg van ziekte nog maar maximaal 20% kan verdienen van wat hij daarvoor verdiende. Duurzaam houdt in dat er een medisch stabiele of verslechterende situatie is, waarbij herstel is uitgesloten, of de kans op herstel op lange termijn gering is.

De IVA-uitkering bedraagt 75% van het WIA-maandloon. Het WIA-maandloon wordt vastgesteld aan de hand van het gemiddelde loon dat de werknemer verdiende in het jaar voorafgaand aan zijn arbeidsongeschiktheid. De IVA-uitkering loopt tot aan de AOW gerechtigde leeftijd.

Welke WGA-uitkering?

De WGA is voor werknemers die gedeeltelijk arbeidsgeschikt zijn of die, naar verwachting, tijdelijk volledig arbeidsongeschikt zijn, maar niet voor duurzaam arbeidsongeschikten. Er zijn drie verschillende type WGA uitkeringen:

  • Loongerelateerde uitkering (LGU)
  • Loonaanvullingsuitkering (LAU)
  • Vervolguitkering 

De LGU bedraagt gedurende de eerste twee maanden 75% van het WIA-maandloon en vanaf de derde maand 70% van het WIA-maandloon. Na de LGU volgt de LAU of de vervolguitkering. Voldoet de werknemer aan de zogenaamde inkomenseis, dan komt hij in aanmerking voor een loonaanvullingsuitkering. Voldoet hij niet, dan maakt hij alleen aanspraak op de (veel lagere) vervolguitkering. De inkomenseis houdt in dat ten minste 50% van de resterende verdiencapaciteit wordt verdiend. De LAU bedraagt 70% van het verschil tussen het oude en het nieuwe loon.

De vervolguitkering bedraagt een percentage van het minimumloon. Dit percentage is afhankelijk van het arbeidsongeschiktheidspercentage.

Eigenrisicodragerschap

Eigenrisicodragerschap voor WGA betekent dat u er als werkgever voor kiest om tijdens de WGA verantwoordelijk te blijven voor (ex-)werknemers in ruil voor het betalen van een lagere premie aan het UWV. U neemt dan de rol van UWV dan voor een groot deel over. U kiest ervoor om invloed uit te oefenen op het beleid en de re-integratie van de (ex-)werknemer(s). 

Daarnaast bent u als eigenrisicodrager verantwoordelijk voor de betaling van de WGA-uitkering gedurende maximaal tien jaar. ArboNed ondersteunt werkgevers bij de re-integratie van (ex-)werknemers met een WGA-uitkering met speciaal eigenrisicodragerschap casemanagement.

Lees er hier alles over

Gerelateerde nieuwsberichten