Werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)

  • Leestijd
    3 minuten
  • 07 augustus 2019 aangemaakt
  • 15 november 2019 bijgewerkt

De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) is op 29 december 2005 vervangen door de WIA. De WIA is bedoeld om mensen zoveel mogelijk te activeren en komt, net als de WAO in beeld na na ten minste twee jaar onafgebroken arbeidsongeschiktheid. De WIA verlangt dat mensen naar vermogen werken en dat blijven of gaan doen. Dit heet: de restverdiencapaciteit benutten. Centraal staan de mogelijkheden in plaats van de beperkingen, zodat werknemers snel en verantwoord kunnen re-integreren en duurzaam inzetbaar blijven.

wia

Voorwaarden voor het recht op een WIA-uitkering

Om in aanmerking te komen voor een WIA-uitkering moet de werknemer 104 weken onafgebroken arbeidsongeschikt zijn geweest, waarbij perioden die elkaar opvolgen met een onderbreking van minder dan vier weken bij elkaar worden opgeteld. Deze termijn van 104 weken wordt de zogenaamde wachttijd genoemd. Gedurende de wachttijd betaalt de werkgever het loon door. 

Wachttijd verkorten of verlengen

De wachttijd kan op gezamenlijk verzoek van de werkgever en de werknemer worden verlengd. Dit kan zinvol zijn als de verwachting is dat de werknemer op korte termijn volledig hersteld zal zijn. De loondoorbetalingsplicht blijft tijdens de verlenging van kracht. Verkorting van de wachttijd is mogelijk als al snel duidelijk wordt dat de werknemer volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. Op verzoek van de werknemer kan vanaf de 13e week tot aan de 78e week van arbeidsongeschiktheid een aanvraag voor een kortere wachttijd worden ingediend bij het UWV. Deze aanvraag geldt dan tevens als aanvraag voor een IVA uitkering. Bij de aanvraag moet altijd een verklaring van de bedrijfsarts zitten, waarin hij verklaart dat er sprake is van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid. De verklaring van de bedrijfsarts moet mede gebaseerd zijn op een verklaring van een behandelend specialist. De loondoorbetalingsverplichting van de werkgever loopt in dat geval wel 104 weken door. De IVA uitkering kan werkgever in mindering brengen op het loon dat hij aan werknemer betaalt.

Poortwachterstoets

De Wet verbetering poortwachter bepaalt dat de werkgever na 91 weken een re-integratieverslag moet indienen bij het UWV. In dit re-integratieverslag beschrijven de bedrijfsarts, de werkgever en de werknemer hun visie op de re-integratie van de werknemer. In week 87 ontvangt uw werknemer van het UWV formulieren voor de WIA-aanvraag. Uw werknemer kan uiterlijk tot en met de 93e week de WIA uitkering aanvragen. Voordat het UWV de beoordeling van het recht op een WIA uitkering doet, voert het UWV de zogenaamde poortwachterstoets uit. Het UWV toetst daarbij of werkgever en werknemer zich voldoende hebben ingespannen voor de re-integratie van werknemer en of partijen zich hebben gehouden aan de voorschriften uit de Wet verbetering poortwachter en de Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar. Indien het UWV oordeelt dat de werkgever zich onvoldoende heeft ingespannen voor de re-integratie van de werknemer, dan wordt aan de werkgever een loonsanctie opgelegd. De loonsanctie houdt in dat de loondoorbetalingsverplichting van 104 weken wordt verlengd. Als een loonsanctie wordt opgelegd, dan wordt de WIA aanvraag opgeschort. De loonsanctie duurt maximaal 1 jaar. Een eventuele WIA uitkering gaat pas in nadat de loonsanctie is opgeheven.

wia-aanvraagDe WIA-aanvraag: welke stukken moet u inleveren?

Uw werknemer kan een WIA-uitkering aanvragen bij UWV als hij ruim anderhalf jaar ziek is. Lees hier wat er nodig is voor het aanvragen van een WIA-uitkering.

Wanneer geen WIA?

Arbeidsongeschiktheid in de zin van de WIA wordt uitgedrukt als het verlies aan verdienvermogen ten opzichte van het verdienvermogen voor de arbeidsongeschiktheid. Om het verlies aan verdiencapaciteit te berekenen wordt het ‘maatman inkomen’ (het inkomen dat de werknemer verdiende voordat hij arbeidsongeschikt werd) vergeleken met het ‘restinkomen’ (bedrag dat de werknemer nog kan verdienen met algemeen geaccepteerde arbeid) volgens onderstaande formule:

(Maantmaninkomen – restinkomen) : (maatmaninkomen) x 100 = arbeidsongeschiktheidspercentage 

Werknemers met een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 35% komen niet in aanmerking voor een WIA uitkering. Zij zijn niet arbeidsongeschikt in de zin van de WIA. Als deze categorie werknemers niet binnen 104 weken herplaatst kunnen worden in aangepast of vervangende arbeid binnen of buiten de eigen organisatie, dan kunnen zij in aanmerking komen voor een Werkloosheidsuitkering.

IVA en WGA

De WIA kent twee regelingen: de Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA) en de Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA). De IVA is een uitkering voor werknemers die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn. Van volledige ongeschiktheid is sprake indien er een verlies aan verdiencapaciteit is van ten minste 80%. Dat wil zeggen dat een werknemer als gevolg van ziekte nog maar maximaal 20% kan verdienen van wat hij daarvoor verdiende. Duurzaam houdt in dat er een medisch stabiele of verslechterende situatie is, waarbij herstel is uitgesloten, of de kans op herstel op lange termijn gering is. De IVA uitkering bedraagt 75% van het WIA-maandloon. Het WIA-maandloon wordt vastgesteld aan de hand van het gemiddelde loon, dat werknemer verdiende in het jaar voorafgaande aan zijn arbeidsongeschiktheid. De IVA uitkering loopt tot aan de AOW gerechtigde leeftijd.

Welke WGA-uitkering?

De WGA is voor werknemers die gedeeltelijk arbeidsgeschikt zijn of die, naar verwachting, tijdelijk volledig arbeidsongeschikt zijn, maar niet duurzaam arbeidsongeschikten. Er zijn drie verschillende type WGA uitkeringen:

  • Loongerelateerde uitkering (LGU)
  • Loonaanvullingsuitkering (LAU)
  • Vervolguitkering 

De LGU bedraagt 75% van het WIA-maandloon, gedurende de eerste 2 maanden en 70% van het WIA-maandloon, vanaf de derde maand. Na de loongerelateerde uitkering volgt de loonaanvullingsuitkering of de vervolguitkering. Voldoet de werknemer aan de zogenaamde inkomenseis, dan komt hij in aanmerking voor een loonaanvullingsuitkering. Voldoet hij daaraan niet, dan kan hij slechts aanspraak maken op de veel lagere vervolguitkering. De inkomenseis houdt in dat ten minste 50% van de resterende verdiencapaciteit wordt verdiend. De LAU bedraagt 70% van het verschil tussen het oude en het nieuwe loon.

De vervolguitkering bedraagt een percentage van het minimumloon. Dit percentage is afhankelijk van het arbeidsongeschiktheidspercentage.

Eigenrisicodragerschap

Eigenrisicodragerschap voor WGA betekent dat u als werkgever ervoor kiest om tijdens de WGA verantwoordelijk te blijven voor (ex-)werknemers in ruil voor het betalen van een lagere premie aan het UWV. U neemt dan de rol van UWV dan voor een groot deel over. U kiest er dan voor om invloed uit te oefenen op het beleid en de re-integratie van de (ex-)werknemers. Daarnaast bent u als  eigenrisicodrager verantwoordelijk voor de betaling van de WGA uitkering gedurende maximaal 10 jaar. ArboNed ondersteunt werkgevers bij de re-integratie van (ex-)werknemers met een WGA-uitkering met speciaal eigenrisicodragerschap casemanagement.

Lees er hier alles over

Gerelateerde nieuwsberichten