Veelgestelde vragen

Gevaarlijke stoffen

  • Hoe beoordeel ik de blootstelling aan een mengsel?

    De meeste mengsels hebben geen eigen grenswaarde. In dat geval moet u de blootstelling van uw werknemers per component beoordelen. U toetst dan de blootstelling aan de grenswaarden van de verschillende componenten. Als de componenten dezelfde gezondheidseffecten hebben (zoals oplosmiddelen), dan moet u de blootstelling bij elkaar optellen (ook wel additieregel genoemd).

    U kunt de blootstelling aan een mengsel ook beoordelen aan de hand van de meest gevaarlijke component. Dit kan alleen als de keuze voor deze component goed is onderbouwd. Het gaat altijd om de meest risicovolle component in het mengsel.

    Laat een arbeidshygiënist beoordelen welk component hiervoor geschikt is. De deskundige moet ook rekening houden met het risico van gecombineerde blootstelling.

  • Hoe bepaal ik de grenswaarde van een stof?

    Als werknemers in contact komen een gevaarlijke stof, kan dit (in)direct gevolgen hebben voor hun gezondheid (én die van hun nageslacht). Met een grenswaarde geeft u het maximale concentratieniveau aan van een gas, damp, aerosol, vezel of (vaste) stof op de werkplek. Zo voorkomt u schadelijke gevolgen op korte én lange termijn. U moet een grenswaarde vaststellen voor alle gevaarlijke stoffen waaraan uw werknemers (kunnen) worden blootgesteld. Hierbij houdt u rekening met incidentele én langdurige blootstelling.

    Om een grenswaarde vast te stellen, volgt u de volgende stappen:

    1. Gebruik de wettelijke grenswaarde
    Voor een aantal stoffen zijn de grenswaarden wettelijk vastgesteld. Deze vindt u op de website van de Sociaal­Economische Raad (SER): ww.ser.nl/nl/taken/adviserende/grenswaarden.aspx.

    2. Gebruik een gezondheidskundige grenswaarde die is vastgesteld door bijvoorbeeld de Gezondheidsraad of door Europese SCOEL (Scientific Committee for Occupational Exposure Limits). Deze vindt u op de website van de SER.

    3. Gebruik een buitenlandse grenswaarde
    Op de website van de SER staan vaak ook grenswaarden vermeld uit andere Europese landen. Eventueel kunt u één van deze grenswaarden hanteren. Kies de buitenlandse grenswaarde die het beste past bij uw werksituatie.

    4. Gebruik de DNEL (Derived No Effect Levels)
    Raadpleeg hiervoor het veiligheidsblad. Op het veiligheidsinformatieblad (VIB) van een stof staan vaak één of meerdere grenswaarden vermeld, waaronder de DNEL. Dit zijn de door de fabrikant aanbevolen grenswaarden, op basis van de Europese verordening REACH (Registratie, Evaluatie en Autorisatie van Chemische stoffen). Kies de DNEL die het beste past bij de soort blootstelling binnen uw bedrijf.

  • Hoe en wat moet ik beoordelen?

    Volgens de tweede stap van de ‘Zelfinspectie Gevaarlijke Stoffen’ beoordeelt u alle geregistreerde stoffen op eventuele risico’s. U beoordeelt de aard, mate en duur van de blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Dat doet u voor elke gevaarlijke stof waarmee uw werknemers in contact kunnen komen.

    U kunt hiervoor de volgende beoordelingsmethoden gebruiken:

    • Meten

    U kunt de blootstelling aan gevaarlijke stoffen bepalen door middel van blootstellingsmetingen.

    • Schatten m.b.v. bijvoorbeeld de Stoffenmanager

    et de ‘Stoffenmanager’ kunt u een kwantitatieve inschatting maken van de blootstelling aan gevaarlijke stoffen binnen uw bedrijf. U vindt de ‘Stoffenmanager’ op www.stoffenmanager.nl 

    • Eigen beoordelingsmethode

    Een andere kwantitatieve beoordelingsmethode dan de ‘Stoffenmanager’ is ook toegestaan. Deze methode moet wel verantwoord zijn; u moet aantonen dat de uitkomst uit uw beoordelingsmethode vergelijkbaar is met die van de ‘Stoffenmanager’.

    • Aanvullende beoordelingsmethode: blootstellingscenario’s

    Blootstellingscenario’s kunnen handig zijn bij de beoordeling van de blootstelling. Bij veel veiligheidsinformatiebladen (VIB’s) zijn blootstellingscenario’s opgenomen, de zogenaamde PROC’s.

    Werknemers kunnen met verschillende stoffen in aanraking komen. Sommige werknemers worden soms aan een enkele stof blootgesteld. Anderen regelmatig aan verschillende combinaties. U moet daarom alle mogelijke situaties apart beoordelen: loopt uw werknemer hier een risico? Beoordeel de blootstelling zonder het gebruik van persoonlijke (ademhalings­) beschermingsmiddelen.

  • Hoe informeer ik medewerkers?

    Het veiligheidsinformatieblad van een gevaarlijke stof geeft de benodigde informatie over de risico’s en maatregelen. Aangeraden wordt om per product (of eventueel groep van stoffen met dezelfde risico’s) een werkplekinstructiekaart (WIK) te maken en deze op de werkplekken te hangen.

  • Hoe kom ik aan een veiligheidsinformatieblad?

    Uw fabrikant/leverancier is verplicht om bij elke 1e levering u te voorzien van een veiligheidsinformatieblad. Dit is wat anders dan een productveiligheidsblad.

    Het veiligheidsinformatieblad geeft aan uit welke componenten de stof/product is samengesteld en wat de risico’s zijn van het werken met deze stof en vooral welke maatregelen genomen moeten worden om op veilige wijze met de stof te werken.

    Het veiligheidsinformatieblad mag max 5 jaar oud zijn en in het Nederlands.

  • Hoe monitor ik de gezondheidsrisico’s van medewerkers die werken met gevaarlijke stoffen?

    De monitoring is afhankelijk van de soort gevaarlijke stof en de het bijbehorende risico, denk bijvoorbeeld aan longonderzoek, uitvoeren luchtmetingen in ademzone,  biologische monitoring, verplichte keuringen voor bijv. werken met lood. Ook kunt u uw medewerkers een periodiek arbeidsgeneeskundig onderzoek (PAGO) of preventief medisch onderzoek (PMO) aanbieden. Het aanbieden van een PAGO is een wettelijke verplichting vanuit de Arbowetgeving wanneer uw medewerkers worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen.

  • Hoe weet ik of onze mijn persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s) geschikt zijn om onze medewerkers te beschermen tegen de risico’s van de gevaarlijke stoffen die we gebruiken?

    Raadpleeg hiervoor het veiligheidsblad, vraag uw leverancier om advies of laat dit door een van onze arbeidshygiënisten beoordelen. Zorg voor periodiek onderhoud en tijdige vervanging van uw PBM’s. Laat door uw leverancier periodiek vaststellen of de PBM’s nog steeds passend zijn voor uw medewerkers, zoals bijvoorbeeld een fittest bij adembeschermingsmiddelen of een lektest bij otoplastieken.

  • Moet ik de blootstelling aan gevaarlijke stoffen beoordelen?

    Ja, voor gevaarlijke stoffen gelden voorschriften voor inventarisatie, beoordeling, maatregelen en borging. Volgens de Arbowet moet van elke gevaarlijke stof waarmee werknemers in contact kunnen komen, de aard, mate en duur van de blootstelling worden beoordeeld. Het blootstellingsniveau geeft aan in welke mate uw werknemers de gevaarlijke stof (via inademing) binnenkrijgen. Bij het bepalen van de blootstelling kijkt u naar de hoeveelheid van de stof waaraan de medewerker wordt blootgesteld, hoe vaak en hoe lang dit gebeurt. De blootstelling kan op verschillende manieren vastgesteld worden, onder andere:

    • Door een kwantitatieve schatting van de blootstelling met behulp van een gevalideerd blootstellingsmodel zoals bijvoorbeeld Stoffenmanager, Ecetoc-TRA of ART (Advanced Reach Tool);
    • Door blootstellingsmetingen uit te (laten) voeren.
  • Moet ik de blootstellingsbeoordeling laten toetsen?

    Ja, tenzij de beoordeling uitgevoerd door een gecertificeerd kerndeskundige (arbeidshygiënist). Dan is extra toetsing niet nodig. Als de blootstellingsbeoordeling niet is uitgevoerd door iemand die gecertificeerd is of door een gecertificeerde arbodienst, dan moet u de blootstellingsbeoordeling laten toetsen door een gecertificeerde deskundige op het niveau van een arbeidshygiënist of door een gecertificeerde arbodienst.

  • Moet ik de stoffen van de technische dienst ook beoordelen?

    Ja, u moet álle gevaarlijke stoffen beoordelen die in uw bedrijf gebruikt worden. Dus ook de stoffen die niet direct te maken hebben met de hoofdactiviteiten van uw bedrijf. U kunt hier wel praktisch mee omgaan. Dit betekent dat u eerst inventariseert welke stoffen de technische dienst gebruikt. Daarna bepaalt u welke stof hiervan de meeste risico’s oplevert (vanwege zijn gevaarlijke eigenschappen of om andere redenen, bijvoorbeeld: toepassing in grote hoeveelheden, onder hoge druk of op hoge temperatuur.  U beoordeelt het blootstellingsniveau voor deze stof, en u neemt maatregelen om uw werknemers hiertegen te beschermen. Het idee is dat uw werknemers hiermee ook voldoende beschermd zullen zijn voor de overige stoffen.

  • Moet ik een register bijhouden van gevaarlijke stoffen?

    Ja, u bent als werkgever volgens de Arbowet verplicht uw gevaarlijke stoffen te inventariseren, te beoordelen, maatregelen te nemen en deze te borgen. De eerste stap is inventarisatie. Hierin worden alle in uw bedrijf gebruikte verpakte gevaarlijke producten en stoffen geïnventariseerd. In het register registreert u de wettelijk verplichte minimaal te inventariseren informatie per product en stof, evenals de voor de blootstellingsbeoordeling benodigde informatie.

  • Moet ik mijn medewerkers voorlichting geven over gevaarlijke stoffen?

    Ja, volgens de Arbowet moeten medewerkers worden voorgelicht over de risico’s van het werk en de maatregelen die genomen moeten worden om zich te beschermen tegen die risico’s. Dat geldt dus ook voor gevaarlijke stoffen. Door medewerkers adequaat voor te lichten over gevaarlijke stoffen, kan directe of indirecte schade aan de gezondheid voorkomen worden. Het veiligheidsinformatieblad van een gevaarlijke stof geeft de benodigde informatie over de risico’s en maatregelen. Aangeraden wordt om per product (of eventueel groep van stoffen met dezelfde risico’s) een werkplekinstructiekaart (WIK) te maken en deze op de werkplek te hangen. Neem de volgende onderwerpen op in een WIK:

    • De risico’s van het product met gevarensymbolen en H-zinnen;
    • Welke maatregelen en persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt moeten worden (zoals
    • afzuiging, adembescherming, veiligheidsbril, handschoenen e.d.);
    • EHBO-informatie;
    • Hoe het (rest)product moet worden afgevoerd en wat te doen bij lekken of morsen van het product (hoe op te ruimen);
    • Hoe het product moet worden opgeslagen.
  • Moet ik ook gevaarlijke stoffen beoordelen waarmee mijn werknemers helemaal niet in contact komen?

    Nee, dat hoeft niet. Als de geëtiketteerde stoffen goed verpakt binnenkomen, en de verpakking blijft altijd gesloten, dan worden uw werknemers niet blootgesteld aan die stoffen. Beoordeling is dan niet nodig. U moet van deze stoffen wel een inventarisatie hebben met de gevaarlijke eigenschap van de stof en bijbehorende veiligheidsbladen. Zo weet u bij een eventuele lekkage, incident de juiste maatregelen te nemen.

  • Moet ik ook stoffen inventariseren die vrijkomen bij het werk?

    Ja, als uw werknemers daarmee in aanraking kunnen komen. U moet in uw inventarisatie namelijk álle stoffen vastleggen waaraan uw werknemers kunnen worden blootgesteld.

    Denk hierbij bijvoorbeeld aan dieselmotoremissie, kwartsstof en lasrook. Er bestaat geen VIB van deze stoffen en de stoffen hebben geen H-zinnen. Maar u moet wel informatie vastleggen over de grenswaarde, het soort arbeid en of het een kankerverwekkende, mutagene en/of reprotoxische stof is.

  • Moet ik ook stoffen voor huishoudelijk gebruik inventariseren?

    Nee, dat hoeft alleen als u deze stoffen ook professioneel gebruikt. Denk bijvoorbeeld aan chloorbleekloog in de schoonmaakindustrie. Maar de gootsteenontstopper in de keuken hoeft u niet op te nemen in uw inventarisatie. Aan te raden is om te zorgen voor een veiligheidsinformatieblad over de stof om voorzorgsmaatregelen te nemen.

  • Moet ik stoffen die op voorraad staan ook meenemen bij de inventarisatie?

    Ja, ook stoffen die op voorraad staan dienen te worden meegenomen bij de inventarisatie. Wanneer werknemers niet in contact kunnen komen met de gevaarlijke stof, moet u in uw inventarisatie aantonen dat werknemers niet worden blootgesteld aan de stof. Als werknemers incidenteel wel blootgesteld worden aan een gevaarlijke stof, zoals bij onderhoud, moet u de stofgegevens, inclusief grenswaarde, wel inventariseren.

  • Waar kan ik de grenswaarde vinden?

    Binnen Nederland is een databank grenswaarden gevaarlijke stoffen op de werkplek aanwezig, die voor meer dan 2000 stoffen grenswaarden bevat. https://www.ser.nl/nl/thema/arbeidsomstandigheden/Grenswaarden-gevaarlijke-stoffen/Grenswaarden

    Deze grenswaarden zijn concentraties van een stof in de lucht op de werkplek. Bij vaststelling wordt als uitgangspunt genomen dat de gezondheid van de werknemer en hun nageslacht niet wordt geschaad. De Gezondheidsraad zorgt voor de gezondheidskundige onderbouwing hiervan. Ongeveer elke 4 jaar worden de grenswaarden herzien.

  • Waarom wordt een product in mijn register aangemerkt als CMR?

    Een product in het register wordt automatisch aangemerkt als CMR wanneer een of meer stoffen in het product op de zgn. SZW-lijst staan. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid) publiceert ieder halfjaar een bijgewerkte lijst met CMR-stoffen in de Staatscourant. Let op, er wordt geen rekening gehouden met het percentage van de betreffende stof.

  • Wanneer moet ik maatregelen nemen?

    Als uw werknemers worden blootgesteld aan stoffen boven de grenswaarde, moet u onmiddellijk maatregelen treffen. U moet direct de concentratie terugbrengen tot beneden de grenswaarde. Een te hoge blootstelling aan gevaarlijke stoffen kan blijken uit metingen of uit een inschatting volgens beoordelingsmethode zoals de ‘Stoffenmanager’.

    Welke maatregelen u neemt, is afhankelijk van de manier waarop en hoe lang met de stof binnen uw bedrijf wordt gewerkt. Alleen als het gebruik op het veiligheidsinformatieblad (VIB) overeenkomt met uw eigen gebruik, kunt u de beschreven maatregelen direct overnemen.

    Wellicht is er in uw branche een arbocatalogus. Hierin staan vaak maatregelen vermeld om de blootstelling van gevaarlijke stoffen te verminderen. Ook hier houdt u rekening met de specifieke situatie in uw bedrijf. Beoordeel of de maatregelen in de arbocatalogus effectief genoeg zijn voor uw situatie.

  • Wat is de STOP strategie ook wel arbeidshygiënische strategie?

    De Arbowet verlangt een bepaalde volgorde (hiërarchie) van maatregelen die werkgevers moeten nemen om de risico’s van gevaarlijke stoffen voor werknemers te beheersen. Dit wordt de arbeidshygiënische strategie of STOP-principe genoemd.

    S-Substitutie

    De eerste stap betreft vervanging en eliminatie van de gevaarlijke stof. Hier moet u als werkgever kijken of gevaarlijke stoffen vervangen kunnen worden door minder gevaarlijke stoffen.

    T-Technische beheersmaatregelen

    Wanneer vervanging en eliminatie van de gevaarlijke stof niet mogelijk is, kunt u als werkgever technische beheersmaatregelen toepassen om de blootstelling te verminderen zoals bijv. afzuiging of omkasting

    O-Organisatorische beheersmaatregelen kunnen worden genomen als vervanging of technische maatregelen niet mogelijk zijn. Dit zijn maatregelen waarbij het werk zodanig wordt ingericht dat medewerkers zo min mogelijk worden blootgesteld, zoals bijv. taakroulatie en belastende werkzaamheden verdelen over meerdere medewerkers.

    P-Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)

    Persoonlijke beschermingsmiddelen zijn een laatste maatregel om blootstelling aan gevaarlijke stoffen te beperken en zullen altijd een aanvulling zijn op andere maatregelen (vervanging, technisch, organisatorisch).

    Redelijkerwijs-principe

    De maatregelen op de verschillende niveaus hebben nadrukkelijk een hiërarchische volgorde. De werkgever moet dus eerst de mogelijkheden op hoger niveau onderzoeken voordat besloten wordt tot maatregelen uit een lager niveau. Het is alleen toegestaan een niveau te verlagen als daar goede redenen voor zijn (technische, uitvoerende en economische redenen). Dit is het redelijkerwijs-principe. Die afweging geldt voor elk niveau opnieuw. Uitzondering hierop vormen risico's van CMR stoffen (carcinogenen, mutagene en reprotoxische stoffen) en biologische agentia. Dan mag alleen een stap lager in de hiërarchie worden genomen als een hogere maatregel technisch niet uitvoerbaar is. Economische oorzaken mogen voor deze twee groepen ook niet worden aangewend als reden voor een lager niveau van maatregel.

  • Wat is mijn rol als werkgever als het gaat om gevaarlijke stoffen?

    Als werkgever draagt u zorg voor een veilige en gezonde werkplek voor uw werknemers. Als onder deel van de Risico-Inventarisatie en –Evaluatie (RI&E) moet een werkgever ook de blootstelling aan gevaarlijke stoffen (laten) beoordelen. Hierbij dient te worden geïnventariseerd aan welke stoffen werknemers worden blootgesteld en in welke mate (aard, mate en duur van de blootstelling). Wanneer de blootstelling te hoog is (boven de zgn. grenswaarde ligt), moeten maatregelen worden getroffen volgens de arbeidshygiënische strategie.

  • Wat moet ik doen als ik geen veiligheidsinformatieblad heb van een bepaalde stof?

    Dan bent u verplicht zelf informatie op te sporen. Zo kunt u de fabrikant benaderen,

    internet raadplegen of de hulp inschakelen van een brancheorganisatie of uw arbodienst. Zorg dat u beschikt over actuele veiligheidsbladen, d.w.z. niet ouder dan 5 jaar en in het Nederlands. Wanneer helemaal niets bekend is over de stof, dienen alle denkbare maatregelen genomen te worden om gezondheidsschade te voorkomen. Bij twijfel neem contact op met uw arbodienst.

  • Wat moet ik doen als ik heel veel gevaarlijke stoffen heb?

    Als uw bedrijf met heel veel verschillende gevaarlijke stoffen werkt, hoeft u niet alle stoffen in één keer te inventariseren en beoordelen. Begin met de stoffen die het meeste risico opleveren, zoals kankerverwekkende (carcinogene), mutagene en/of reprotoxische stoffen (CMR-stoffen). Of met de stoffen die veel worden gebruikt of die in kleine hoeveelheden al een groot effect hebben op de gezondheid. U bepaalt zelf de volgorde: welke stof is het meest risicovol? Leg vast welke keuzes u heeft gemaakt en welke afweging u daarbij heeft gemaakt. U moet de keuzes goed kunnen onderbouwen.

    • Clusteren: U kunt ook stoffen clusteren: stoffen die op elkaar lijken kunt u bij de beoordeling samenvoegen tot een cluster. Per cluster stelt u vervolgens vast welke stof het meeste risico oplevert.
    • Prioriteren: Prioriteren kan door middel van een zgn. Control Banding systeem. Op basis van H-zinnen, die een gezondheidsrisico’s aangeven (te herkennen aan H3xx), wordt een indeling in gevaarklassen gemaakt. De prioritering gebeurt vervolgens op basis van deze gevaarklassen en de werkplekomstandigheden. Op deze manier ontstaat een indeling in (zeer)hoog-risicostoffen, middel- en laag-risicostoffen.
  • Wat zijn CMR-stoffen?

    CMR staat voor Carcinogeen (kankerverwekkend), Mutageen (kunnen het erfelijk materiaal beschadigen) en Reprotoxisch (schadelijk voor de voorplanting).

    Op het etiket of veiligheidsinformatieblad is dan het symbool GHS08 (invoegen pictogram) terug te vinden, voorzien van bijvoorbeeld de volgende H zinnen: H 340 (voor de mutagene stoffen), H 350 (voor kankerverwekkende stoffen en H360 (voor reprotoxische stoffen). Ook de SZW lijst bevat CMR stoffen, welke twee maal per jaar geactualiseerd wordt.

  • Wat zijn de gezondheidseffecten van gevaarlijke stoffen?

    Gevaarlijke stoffen kunnen worden opgenomen via de huid (aanraken, spatten), via de mond (eten, roken) en door inademing van stoffen (damp, gas, kleine stofdeeltjes). Welke gezondheidseffecten optreden, hangt af van de schadelijkheid van de stof voor de gezondheid, de hoeveelheid waaraan men wordt blootgesteld,en hoe lang men eraan wordt blootgesteld.

    Gezondheidseffecten die kunnen optreden door ermee te werken variëren van lichte irritatie van ogen en huid tot ernstige effecten zoals kanker en geboorteafwijkingen. De gezondheidseffecten kunnen, afhankelijk van een stof direct/acuut optreden bij eenmalige blootstelling aan hoge concentraties of pas op de lange termijn na herhaaldelijke blootstelling of lage concentraties. Voorbeelden van acute gezondheidseffecten zijn vergiftiging door inademing of inslikken, verbranding door bijtende stoffen, duizeligheid en hoofdpijn door inademen oplosmiddelen, eczeem en allergie. Voorbeelden van effecten op lange termijn zijn luchtwegaandoeningen (astma, COPD), schilderziekte (OPS) door langdurige blootstelling aan oplosmiddelen, eczeem, allergie en kanker. In het algemeen zijn aan een stof meerdere gezondheidsrisico’s verbonden.

  • Wat zijn gevaarlijke stoffen?

    Onder gevaarlijke stoffen verstaan we stoffen, mengsels of oplossingen die gezondheidsschade kan toebrengen aan uw werknemer (of hun nakomelingen/nageslacht) en/of de veiligheid verminderen bij incidentele of langdurige blootstelling.

    Om te bepalen of uw werknemers gezondheidsrisico’s lopen, is het in eerste instantie van belang of er gewerkt wordt met geëtiketteerde gevaarlijke stoffen en/of dat er tijdens werkzaamheden of processen stoffen kunnen vrijkomen.

    Geëtiketteerde stoffen zijn te herkennen aan stoffen die zijn voorzien een etiket met een gevarensymbool en de H-en P zinnen, verwijzend naar de Hazard en Precaution zinnen uit de Europese CLP-Verordening (Classification, Labelling and Packaging).

    Voorbeelden van gevaarlijke stoffen zijn onder andere:

    • gevaarlijke stoffen met een gevaarsetiket (gevaarsymbool)
    • gevaarlijke stoffen (deeltjes en dampen) die tijdens werkzaamheden worden gevormd/ontstaan zoals bijv. lasrook, soldeerdampen, hout- en kwartsstof, metaaldeeltjes of –dampen en dieselmotoremissie (DME)
    • stoffen die vrijkomen bij reacties tussen stoffen zoals bijv. chloorgas bij chloorbleekloog in zwembaden
    •  stoffen die de technische dienst gebruikt bij onderhoudswerk
  • Welke extra gegevens moet ik registreren / vastleggen voor CM-stoffen?

    Dit zijn de extra gegevens die u moet vastleggen voor CM-stoffen:

    • de hoeveelheid CM-stoffen die u per jaar vervaardigt, gebruikt of op voorraad heeft. In liters, (kilo)grammen, etc.
    • een lijst van alle werknemers die worden blootgesteld aan kankerverwekkende en/of mutagene stoffen
    • voor elke C- of M-stof: waarom u deze stof gebruikt en niet heeft vervangen door een minder schadelijke stof
    • de algemene, preventieve maatregelen die u neemt om blootstelling te voorkomen
    • de persoonlijke beschermingsmiddelen die uw medewerkers gebruiken

     

  • Welke gegevens moet ik inventariseren?

    Volgens de eerste stap van de ‘Zelfinspectie Gevaarlijke Stoffen’ moet u de gegevens inventariseren van alle stoffen die in uw bedrijf voorkomen. Dit zijn alle geëtiketteerde gevaarlijke stoffen die uw bedrijf (professioneel) gebruikt, produceert of doorgeeft aan klanten. Let daarbij ook op tussenproducten, mengsels en vrijkomende stoffen, zoals bijvoorbeeld lasrook, houtstof of kwarts.

    Per stof registreert u de volgende gegevens:

    • naam van de stof;
    • samenstelling stof of mengsel;
    • gezondheidseffect(en);
    • grenswaarden (afhankelijk van de blootstelling);
    • type grenswaarde;
    • aantal werknemers dat wordt blootgesteld aan de stof;
    • op welke afdeling de blootstelling plaatsvindt;
    • taak of handeling bij blootstelling aan de stof;
    • welke minder schadelijke stof als vervanging kan dienen.

    Deze gegevens haalt u voornamelijk van de veiligheidsinformatiebladen (VIB’s). Deze worden per stof verstrekt door de fabrikant. Bij mengsels noteert u alleen de componenten die op het veiligheidsinformatieblad staan. Deze componenten zijn belangrijk bij de beoordeling van de blootstelling. Bij kankerverwekkende, mutagene en reprotoxische stoffen (CMR-­stoffen) registreert u aanvullend:

    • soort werkzaamheden bij blootstelling aan de stof;
    • hoeveelheid stof waaraan uw werknemers blootgesteld kunnen worden;
    • verbruik van de stof per jaar;
    • preventiemaatregelen en de gebruikte persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s).

Keuringen

PMO

  • Is PMO (Preventief medisch onderzoek) hetzelfde als PAGO (Periodiek Arbeids Gezondheidskundig Onderzoek)?

    Nee, een PMO is een verbeterde versie van het PAGO. Er zijn vier belangrijke punten van verschil tussen een PMO en een PAGO:

    • U bent als werkgever, samen met de ondernemingsraad actief bij de voorbereiding en uitvoering van het PMO betrokken. Dat was bij een PAGO niet altijd het geval.
    • Het gaat bij een PMO niet alleen om gezondheidsonderzoek, maar ook om acties naar aanleiding van dat onderzoek om de gezondheid van uw medewerkers te beschermen of verbeteren.
    • In een PMO is aandacht voor de lichamelijke en geestelijke conditie en leefgewoonten van uw medewerkers. Deze zaken zijn immers erg belangrijk voor het goed kunnen functioneren in het werk. Een PMO kijkt ook naar chronische aandoeningen en riskante leefgewoonten.
    • Eventuele verplichte keuringen (op grond van de wet of CAO) kunnen onderdeel uitmaken van het PMO.
  • Waarom is een PMO wettelijk verplicht?

    In de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet), artikel 18, staat beschreven dat werkgevers werknemers "periodiek in de gelegenheid moeten stellen een onderzoek te ondergaan, dat erop is gericht de risico’s die de arbeid voor de gezondheid van de werknemers met zich brengt zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken".

  • Wat heb ik als werkgever aan een PMO?

    Een goed uitgevoerd PMO leidt tot gezondere werknemers, minder verzuim en minder instroom in de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Een PMO kan zo tot grote kostenbesparingen leiden.

    Een PMO maakt voor uw organisatie van tijd tot tijd de balans op. Het onderzoek brengt de gezondheid van uw werknemers in kaart. Eventuele problemen die te maken hebben met werk en gezondheid komen in een vroeg stadium aan het licht. Na het onderzoek kan het bedrijf maatregelen nemen om de gezondheid van werknemers te beschermen of te verbeteren. Individuele werknemers kunnen advies krijgen omtrent hun wijze van werken en leefgewoonten.

    Meedoen aan een PMO biedt natuurlijk geen zekerheid voor een goede gezondheid van uw werknemers in de komende jaren. Een PMO is een momentopname. Het voorspelt niet, maar signaleert gezondheids- en werkproblemen, en maakt het mogelijk om te komen tot zinvolle acties op het gebied van werk en gezondheid.

    In een PMO kunnen de gegevens van alle werknemers worden samengevoegd. Er kunnen groepsoverzichten worden gemaakt, met name van de vragenlijstresultaten. Welke klachten komen veel voor, op welke afdeling? Komen bepaalde klachten meer voor dan elders, bijvoorbeeld vergeleken met de eigen branche? Mits de juiste vergelijkingen worden gemaakt, kan PMO op groepsniveau nuttige informatie opleveren voor het bedrijf.

    Wanneer bij een bedrijf voor een tweede of volgende maal een PMO-cyclus wordt uitgevoerd, kan men vaak veranderingen in de resultaten waarnemen. Die veranderingen zeggen veel over de effectiviteit van de ingezette acties. Zo wordt een PMO een monitor voor de gezondheid en de werkbeleving van de werknemers.

  • Wat kost een PMO?

    De prijs van een PMO hangt af van de inhoud van het onderzoek en hoe uitgebreid de groepsrapportage is. Voor het individuele onderzoek van een PMO liggen de kosten meestal tussen € 150 en € 200 per werknemer. U moet ook rekening houden met mogelijke extra kosten voor analyses voor groepen werknemers en met kosten voor acties die uw organisatie opzet voor de bescherming en verbetering van de gezondheid van uw werknemers.
    ArboNed biedt ook een ePMO aan. Vooral geschikt voor kleine(re) bedrijven. Het ePMO geeft u snel duidelijkheid over de mentale en fysieke gezondheid van uw werknemers. Het ePMO is een online Preventief medisch onderzoek met een beknoptere, online vragenlijst waardoor het proces sneller is en de kosten lager dan bij reguliere PMO’s met een fysiek onderzoek.

    Weten wat de kosten voor uw bedrijf zijn? Vraag dan vrijblijvend een offerte aan. 

    Offerte PMO aanvragen

RI&E

  • Hoe lang moeten de RI&E en het Plan van aanpak bewaard worden?

    In de Arbowetgeving worden geen termijnen aangegeven voor het bewaren van stukken, dus ook niet van de RI&E. Een wettelijke verplichting is er niet. Toch doet u er verstandig aan om de RI&E en de Plan van aanpak, zeker voor een termijn van ten minste vijf jaar te bewaren. De belangrijkste reden hiervoor is dat het bedrijf bij een (civielrechtelijke) aansprakelijkheidsclaim (bijvoorbeeld een schadevergoeding van een werknemer) moet kunnen aantonen dat het voldaan heeft aan de zorgverplichting richting de werknemers.

    Ook Inspectie SZW kan naar de RI&E vragen tijdens een bedrijfsbezoek. Bij een eventueel bedrijfsongeval zal de Inspectie vaak de RI&E opvragen.

  • Is een bedrijf met meerdere vestigingen verplicht om voor iedere vestiging apart een RI&E uit te voeren?

    De Arbowet kent geen onderscheid tussen filialen of vestigingen. De RI&E moet alle aspecten van het werk omvatten. Dat betekent dat voor iedere werkplek en dus voor elke vestiging de risico’s in kaart gebracht moeten worden. Juist omdat de risico’s kunnen verschillen per filiaal (denk aan brandpreventie, BHV, lawaai, et cetera). Dit neemt niet weg dat een aantal aspecten min of meer identiek kunnen zijn. Denk aan Arbobeleid, arbeidstijden en werkdruk.

    Kortom: Ja, voor ieder afzonderlijke vestiging moeten de risico’s geïnventariseerd en geëvalueerd worden in de RI&E. Sommige risico’s kunnen voor alle vestigingen identiek zijn.

  • Is iedere werkgever verplicht een RI&E op te stellen, inclusief Plan van aanpak?

    Bijna iedere werkgever heeft de verplichting tot het opstellen van een Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E), ongeacht de omvang van het bedrijf. Op basis van de RI&E moet u een Plan van aanpak opstellen. Bij de digitale RI&E-instrumenten is het Plan van aanpak een vast onderdeel van de RI&E. Het Plan van aanpak moet door u uitgewerkt en uitgevoerd worden.

    Bedrijven die voor maximaal 40 uur per week arbeid laten verrichten (alle werknemers bij elkaar opgeteld) mogen ook gebruik maken van de ‘Checklist Gezondheidsrisico’s’. Dit is een verkorte versie van de RI&E.

  • Wanneer moet een RI&E worden bijgesteld?

    In de Arbowet wordt geen termijn genoemd met betrekking tot de geldigheidsduur van de RI&E. Het gaat erom dat de RI&E actueel blijft. Dus bij ingrijpende wijzigingen aan werkmethoden, werkomstandigheden of gebruikte techniek (artikel 5 lid 4 Arbowet) bekijkt u opnieuw de risico's. Voorbeelden zijn: inrichting van een nieuwe productielijn; uitbreiding van het dienstenpakket; een ingrijpende verbouwing; ingrijpende wijziging van werknemerstaken.

    Ook als nieuwe oplossingen beschikbaar komen op het gebied van techniek, bedrijfsgezondheidszorg, ergonomie of arbeids- en bedrijfskunde, of nieuwe ontwikkelingen in de wetgeving moet de RI&E daarop worden aangepast. In ieder geval is het van belang dat het bijbehorende Plan van aanpak aantoonbaar actueel wordt gehouden.

    In het kader van een certificering (bijvoorbeeld VCA) worden aanvullende eisen gesteld met betrekking tot de termijn waarop de RI&E getoetst moet worden.

  • Wat is een RI&E?

    De Risico-Inventarisatie en –evaluatie (RI&E) is een voor werkgevers verplicht middel om de gezondheid en veiligheid in het bedrijf te bevorderen. Elk bedrijf met personeel moet inventariseren of en hoe het werk gevaarlijk of ongezond kan zijn voor medewerkers. Dit moet schriftelijk worden vastgelegd. In de RI&E moet ook een Plan van aanpak (PVA) zijn opgenomen. Daarin staat beschreven welke maatregelen u gaat nemen om de geconstateerde risico’s aan te pakken. Ook moet in een RI&E de arbeidsongevallen uit het verleden worden opgenomen.

  • Wat is een branche-RI&E?

    Dat is een voorbeeld-RI&E voor en door werkgevers en werknemers in een specifieke branche. De branche-RI&E is afgestemd op de risico’s die veel voorkomen in uw branche. U hoeft zodoende geen vragen te beantwoorden die voor uw bedrijf toch niet relevant zijn. Nadeel van een branche-RI&E is dat u mogelijk risico’s over het hoofd ziet als uw bedrijf ook afwijkende werkzaamheden doet.

Rijbewijskeuring

Wet- en regelgeving

  • Mag ik bij ziekmelding aan een werknemer vragen wat hij/zij nog wel kan doen?

    Een werkgever mag, als een werknemer zich ziek meldt, de volgende gegevens over zijn gezondheid vragen en registreren:

    1. het telefoonnummer en (verpleeg)adres;
    2. de vermoedelijke duur van het verzuim;
    3. de lopende afspraken en werkzaamheden;
    4. of de werknemer onder een van de vangnetbepalingen van de Ziektewet valt (maar niet onder welke vangnetbepaling hij valt);
    5. of de ziekte verband houdt met een arbeidsongeval;
    6. of er sprake is van een verkeersongeval waarbij een eventueel aansprakelijke derde betrokken is (regresmogelijkheid).

    De gegevens die een werkgever mag verwerken, naast de gegevens van de ziekmelding, zijn de gegevens die de bedrijfsarts/arbodienst aan hem heeft verstrekt over:

    • de werkzaamheden waartoe de werknemer niet meer of nog wel in staat is (functionele beperkingen, restmogelijkheden en implicaties voor het soort werk dat de werknemer nog kan doen);
    • de verwachte duur van het verzuim;
    • de mate waarin de werknemer arbeidsongeschikt is (gebaseerd op functionele beperkingen, restmogelijkheden en implicaties voor het soort werk dat de werknemer nog kan doen);
    • eventuele adviezen over aanpassingen, werkvoorzieningen of interventies die de werkgever voor de re-integratie moet treffen.

    Kijk in deze leaflet (download) voor meer informatie over wat u wel of niet mag vragen en vastleggen bij een ziekmelding, gebaseerd op gegevens van de Autoriteit Persoonsgegevens.

  • Mag een verzuimende werknemer op vakantie?

    Wilt uw zieke werknemer op vakantie, dan adviseren wij u om advies in te winnen bij de bedrijfsarts. Hij kan beoordelen of de vakantie op medische gronden schadelijk is voor het herstel. De bedrijfsarts bepaalt niet voor de werkgever en de werknemer. Deze beslissing nemen zij uiteindelijk zelf. De informatie van de bedrijfsarts is een hulpmiddel. Als vakantie het herstel niet in de weg staat, zijn de wensen van de werknemer leidend. Tenzij de werkgever daaraan geen gehoor kan geven wegens gewichtige redenen. Bijvoorbeeld omdat er onderbezetting ontstaat. 

    De vakantieregeling staat in het Burgerlijk Wetboek, artikel 7:638. Er kan van worden afgeweken als er in de arbeidsovereenkomst of CAO een andere regeling is opgenomen. Meer over verzuim en vakantie.

  • Geeft de Arbowet werknemers ook verplichtingen?

    Ja, werknemers moeten zich inzetten voor hun eigen veiligheid en de veiligheid van hun collega’s. Hieronder staan een aantal belangrijke verplichtingen waar een werknemer zich volgens de Arbowet aan moet houden:

    • Werknemers moeten veilig werken en zich houden aan veiligheidsvoorschriften
    • Werknemers moeten alle arbeidsmiddelen en gevaarlijke stoffen op de juiste wijze gebruiken
    • Persoonlijke beschermingsmiddelen moeten verplicht worden gebruikt door de werknemer wanneer deze zijn voorgeschreven
    • Werknemers zullen er voor moeten zorgen dat ze de juiste voorlichting en instructie van de werkgever kunnen ontvangen
    • Werknemers moeten de aan hen toevertrouwde gereedschappen, werktuigen en machines gebruiken conform de (veiligheids) voorschriften
    • Werknemers moeten onveilige situaties direct melden aan de leidinggevende zodra ze de onveilige situatie hebben opgemerkt
    • Werknemers zijn verplicht om mee te werken aan een onderzoek van de overheidsinspectiedienst Veiligheid en Gezondheid
  • Wat houdt de Wet verbetering poortwachter in?

    De Wet verbetering poortwachter is een Nederlandse wet die op 1 april 2002 van kracht geworden om langdurig ziekteverzuim te beperken. De wet verlangt dat de werkgever en werknemer zich samen, met een arbodienst of gecertificeerde bedrijfsarts, inspannen om de betreffende zieke werknemer zo snel mogelijk en verantwoord weer aan het werk te krijgen. Als werkgever heeft u een actieve rol bij de re-integratie van uw werknemer.

  • Hoe voldoe ik aan de wettelijke regeling ten aanzien van veilig werken?

    Volgens artikel 5 van de Arbowet moet u beschikken over een Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). Elk bedrijf met personeel moet inventariseren of en hoe het werk gevaarlijk of ongezond kan zijn voor medewerkers. Als u de risico’s kent, kunt u ze gericht aanpakken. U kunt ArboNed inschakelen voor de gehele uitvoering of alleen de toetsing van uw RI&E. Voor elk verbeterpunt uit de RI&E kunt u ook bij de specialisten van ArboNed terecht.

  • Vanaf welk aantal werknemers moet ik een RI&E uitvoeren?

    Elke werkgever moet een arbobeleid voeren. Dat staat in artikel 5 van de Arbowet. De basis van dit beleid wordt gevormd door de Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). De RI&E is een lijst met mogelijke risico’s. Met deze lijst kunt u in kaart te brengen welke risico’s in uw bedrijf voorkomen. Want pas als u weet welke risico’s er zijn, kunt u de juiste maatregelen treffen. De RI&E is verplicht voor alle bedrijven met personeel. 

    Er hoeft geen toetsing van de RI&E plaats te vinden wanneer:

    • alle werknemers in het bedrijf samen 40 uur of minder werken;
    • het bedrijf minder dan 25 werknemers heeft én gebruik maakt van een door het Steunpunt RI&E erkende branche-RI&E of gebruik maakt van een branche-RI&E die in de CAO is opgenomen.

    De Inspectie SZW controleert of uw RI&E actueel, compleet en getoetst is.

  • Verzuim door zwangerschapsklachten

    Verzuim door zwangerschapsklachten geeft u door als een normale ziekmelding. Meldt het ook aan UWV. Wanneer het verzuim doorloopt tot aan het zwangerschaps- en bevallingsverlof, dan geeft u de ingangsdatum van het verlof door. Uw arbodienstverlener sluit de ziekmelding dan af, en bewaakt de einddatum van het verlof. Bent u klant bij ArboNed en is uw werknemer ziek door zwangerschapsklachten? Aan het einde van het verlof neemt uw vaste contactpersoon contact op met u, om te vragen of de werknemer aan het werk is of dat er sprake is van doorlopend verzuim.

  • Verzuim en zwangerschap; wat moet ik melden?

    Het zwangerschaps- en bevallingsverlof hoeft u niet te melden. Om voor de zwangerschaps- en bevallingsuitkering in aanmerking te komen, moet u uiterlijk tussen de vier en twee weken vóór ingang van het verlof (afhankelijk van het moment dat het zwangerschapsverlof ingaat) een aanvraag bij UWV indienen.

  • Waarom heeft ArboNed het BSN van mijn werknemer nodig?

    ArboNed is zorgaanbieder in de zin van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen in de zorg (Wkkgz). Als zorgaanbieder zijn wij verplicht om goede, doeltreffende en doelmatige zorg te verlenen aan onze klanten en hun werknemers. En zijn wij verplicht het BSN van werknemers te registreren in het kader van de zorgverlening, om zo een eenduidig en zorgvuldig dossier op te bouwen in onze administratie.

  • Wat doet een arbodienst?

    Een arbodienst is adviseur op het gebied van werk en gezondheid met de volgende vier (wettelijk verplichte) deskundigen: de bedrijfsarts, de veiligheidskundige, de arbeidshygiënist en de arbeids- en organisatiedeskundige. Bedrijven kunnen een arbodienst inschakelen voor advies en ondersteuning bij het verbeteren van de arbeidsomstandigheden. Of advies geven bij het opzetten van een arbobeleid. Een arbodienst helpt ook om werknemers snel en verantwoord weer aan het werk te krijgen als ze verzuimen.

    ArboNed helpt mkb-ondernemers met alle (preventieve) arbozaken, zodat ook u kunt blijven doen waar u goed in bent: ondernemen. Dagelijks staan we klaar voor 61.500 werkgevers en ruim 600.000 werknemers.

  • Wat is de Arbowet?

    De Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) vormt het uitgangspunt voor een goed arbeidsomstandighedenbeleid. De Arbowet is een kaderwet met algemene bepalingen over het arbobeleid in een onderneming. Binnen die kaders kan een organisatie het beleid toespitsen op de eigen situatie. De wet geldt voor alle werkgevers en werknemers in Nederland. De eigen verantwoordelijkheid staat centraal.

    Met de gewijzigde Arbowet per 1 juli 2017 is er meer aandacht voor preventie. Ook versterkt het de betrokkenheid van werkgevers en werknemers bij de arbodienstverlening, en staat preventie nog meer centraal. Zo is de positie van de preventiemedewerker versterkt, heeft het medezeggenschapsorgaan een grotere rol bij het arbobeleid gekregen en zijn de randvoorwaarden voor het handelen van de bedrijfsarts aangescherpt. 

  • Wat is een basiscontract, en hoe kom ik daaraan?

    De Arbowet stelt het hebben van een overeenkomst tussen werkgever en arbodienstverlener verplicht. Dit wordt het ‘basiscontract’ genoemd. Hierin zijn de minimale afspraken over de dienstverlening vastgelegd.

    Bij ArboNed regelt u het basiscontract snel en simpel door online een abonnement af te sluiten via de ‘verzuimabonnementenkiezer’.

    Bent u al klant bij ArboNed en heeft u vragen over uw contract? Neem dan contact op met uw vaste contactpersoon. U vindt de contactgegevens in klantportal Vandaag.

  • Wat zijn de voordelen van het inschakelen van een arbodienst?

    Een arbodienst helpt bij verzuimbegeleiding, het voorkomen van verzuim en het beperken van de verzuimduur. Dat is belangrijk voor werknemers én werkgevers, want verzuim is voor niemand leuk en kan voor bedrijven een grote kostenpost zijn.

    De arbodienst helpt u ook om aan andere wettelijke verplichtingen te voldoen, zoals het aanbieden van Preventief medisch onderzoek (PMO) en het uitvoeren en toetsen van de Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E).

  • Welke begeleiding krijgen werkgever en werknemer bij verzuim?

    Alle partijen zijn gebaat bij een zo snel mogelijke, verantwoorde re-integratie. Een persoonlijke, individuele aanpak gericht op duurzaam herstel is daarbij essentieel. Lees hier alle informatie over de begeleiding die uw werknemer en u kunnen verwachten bij verzuim.

Onze dienstverlening

  • Hoe is de gegevensuitwisseling van de bedrijfsarts met andere professionals geregeld (taakdelegatie)?

    Het advies van de bedrijfsarts is essentieel voor de re-integratie van uw werknemers. Hij helpt ze om snel en verantwoord weer aan het werk te kunnen. Maar een aantal van zijn uitvoerende taken kan de bedrijfsarts net zo goed door andere gespecialiseerde professionals binnen de arbodienstverlening laten uitvoeren. Dat noemen we taakdelegatie. Belangrijk om te weten: de kwaliteit van zorg en de privacy van uw werknemer zijn hierbij geborgd. Meer over taakdelegatie en hoe we dat binnen ArboNed hebben geregeld vindt u hier.

  • Wie is mijn vaste contactpersoon bij ArboNed?

    Als klant bij ArboNed heeft u één vast aanspreekpunt. Hij is de vraagbaak voor u en uw werknemers én waar nodig adviseert hij u proactief over verzuim, arbeidsomstandighedenbeleid en preventie. Uw vaste contactpersoon vindt u via de online portal Vandaag. Rechts onder in het menu vindt u uw contactpersoon en contactgegevens. Kunt u niet in Vandaag? Neem dan contact op de groepspraktijk bij u in de buurt, zij kunnen u direct vertellen wie uw vaste contactpersoon is en de contactgegevens delen. De telefoonnummers van de groepspraktijken vindt u hier.

  • Hoe verzet ik een spreekuur?

    U bent klant en wil een spreekuur plannen of wijzigen? Neem dan telefonisch contact op met uw vaste contactpersoon. Hij of zij kan in de agenda’s van de specialisten en samen met u een afspraak plannen of wijzigen.

  • Ik heb hulp nodig bij het invullen van een Plan van Aanpak.

    Wanneer uw werknemer ziek is, werken u en uw werknemer samen met ons aan de re-integratie. U en uw werknemer maken afspraken over het doel van de re-integratie, en hoe dit doel het beste kan worden bereikt. Dit legt u vast in een Plan van aanpak. Het opstellen van het Plan van aanpak is een wettelijke verplichting wanneer uw werknemer langer dan zes weken ziek is. U stelt het plan op aan de hand van het advies van de bedrijfsarts. Dat vindt u in de Probleemanalyse. Voor klanten van ArboNed staat er in het online portal Vandaag een Plan van aanpak dat ingevuld kan worden. Uw vaste contactpersoon kan u hierbij helpen.

    U en uw werknemer bewaren allebei een ingevuld en getekend exemplaar van het Plan van aanpak, en u stuurt een kopie naar de arbodienst, dat is wettelijk verplicht. Bij een eventuele WIA-aanvraag of beëindiging van het arbeidscontract tijdens ziekte moet u dit document aan het UWV sturen.

  • Ik kan niet inloggen in Vandaag

    Als klant van ArboNed sturen wij u eenmalig een gebruikersnaam en wachtwoord van de online portal Vandaag. Weet u de gebruikersnaam niet meer, of bent u uw wachtwoord vergeten? Klik dan hier voor meer informatie over welke situatie voor u van toepassing is. 

  • Wat kost een arbodienst?

    Volgens de Arbowet bent u verplicht een basiscontract te hebben met een arbodienstverlener. Elke arbodienstverlener werkt met andere contracten en tarieven. Bij ArboNed heeft u de keuze tussen drie abonnementen. Zo kiest u het abonnement dat het best bij uw bedrijf past. U betaalt een vast bedrag per maand per werknemer en afhankelijk van uw abonnement per activiteit. Meer weten over prijzen? Neem dan contact op met onze collega’s van Salessupport op salessupport@arboned.nl of 030 299 62 77.

  • Hoe meld ik mijn werknemer gedeeltelijk beter?

    Om te bepalen voor welk percentage uw werknemer blijft werken, of het werk gedeeltelijk hervat, is de ‘loonwaarde’ van de werkzaamheden van belang. De loonwaarde wordt door de werkgever vastgesteld. Als de werknemer het eigen werk gedeeltelijk hervat, is de loonwaarde gelijk aan het percentage dat de werknemer werkt ten opzichte van het normale rooster. Dit is het percentage gedeeltelijke werkhervatting dat u moet doorgeven aan ArboNed.

    Een rekenvoorbeeld: Werknemer A werkt parttime, 24 uur per week (60%). Na twee weken volledige arbeidsongeschiktheid, gaat werknemer A het werk voor 12 uur per week hervatten. Werknemer A gaat in deze uren z’n eigen werkzaamheden verrichten. Het percentage gedeeltelijke hervatting is dus 50%, dit geeft u aan ArboNed door. Als het gaat om gedeeltelijke werkhervatting met aangepast werk kan de loonwaarde lager uitvallen. Zijn de werkgever en de werknemer het niet eens over de loonwaarde, dan kan de arbeidsdeskundige ingeschakeld worden. 

  • Ik heb een vraag over de terugkoppeling van de bedrijfsarts

    Onze bedrijfsartsen zijn gecertificeerde professionals en hebben medisch beroepsgeheim. Zo mogen zij medische informatie over werknemers nooit zonder toestemming van de betreffende werknemer verstrekken. De bedrijfsarts geeft alleen informatie aan de werkgever over:

    • de werkzaamheden waartoe de werknemer wel of niet meer in staat is;
    • de verwachte duur van het verzuim;
    • de mate waarin werknemer arbeidsongeschikt is;
    • eventuele aanpassingen of werkvoorzieningen die de werkgever in het kader van de re-integratie moet treffen.

    Heeft u vragen over de terugkoppeling van de bedrijfsarts? Neem dan contact op met uw vaste contactpersoon.

  • Ik wil een overzicht van mijn contract

    In de Arbowet bent u verplicht in bezit te zijn van een basiscontract. Dit contract moet u ook kunnen tonen aan de inspecteur bij een inspectie. Als u een abonnement heeft bij ArboNed heeft u een basiscontract. In de online portal Vandaag vindt u het tabblad Contract onder Werkgever info. Daaronder zit het Overzicht (contactgegevens) en Dienstverlening (diensten die in het contract zitten).

  • Ik wil graag een werknemer aanmelden of afmelden in Vandaag

    In de online portal Vandaag kunt u nieuwe werknemers toe voegen. Dit is noodzakelijk als een werknemer ziek gemeld dient te worden die nog niet in het Vandaag staat. Wilt u een werknemer verwijderen omdat deze niet meer bij u werkt of verplaatsen naar een andere afdeling? Ook dit kan in Vandaag in het Werknemerdossier. Kijk hiervoor in de handleiding, linksboven in Vandaag. Op dezelfde pagina waar u een werknemer naar een andere afdeling verplaatst heeft u ook een knop Uit dienst.

  • Ik wil graag mijn gegevens wijzigen

    In de online portal Vandaag onder Werkgever info vindt u alle gegevens die bij ArboNed bekend zijn en zijn geregistreerd over uw organisatie. U kunt zelf uw adresgegevens wijzigen, een nieuw contactpersoon doorgeven, een nieuwe gebruiker aanmaken. In de gebruiksaanwijzing van Vandaag staat stap voor stap uitgelegd hoe u dit doet. U vindt de gebruiksaanwijzing van Vandaag linksboven onder Handleiding.

  • Waar kan ik mijn verzuimcijfers inzien?

    Meten is weten. Door een duidelijke analyse van uw verzuimcijfers, aantallen en frequentie worden snel de eventuele problemen duidelijk. In de online portal Vandaag vindt u verschillende verzuimcijfers en kunt u direct rapporten exporteren. In de gebruiksaanwijzing staat stap voor stap uitgelegd hoe u dit doet. Uiteraard helpen wij u graag bij het analyseren van die cijfers, inzicht geven in de oorzaken en het ontwikkelen van een passend verzuimbeleid. Dit noemen wij een Verzuimanalyse. Heeft u nog vragen over uw eigen verzuimcijfers uit de online klant portal Vandaag? Neem dan contact op met uw vaste contactpersoon.

  • Welk abonnement voor verzuimbegeleiding past bij mijn bedrijf?

    Bij ArboNed kunt u zelf aangeven hoe én wanneer wij in actie komen. Scherp op de bal zitten en direct actie op de dag van de ziekmelding? Of wilt u het eerst even aankijken, zelf de regie pakken en pas later ArboNed inschakelen? Bij ArboNed ontdekt u snel en simpel welk abonnement het best bij uw onderneming past, door online een abonnement af te sluiten via de ‘verzuimabonnement-kiezer’. Na het beantwoorden van vier korte vragen ontvangt u advies welk abonnement het best bij uw onderneming past en regelt u simpel uw arbodienst online.

Acuut probleem

  • Ik heb een conflict met een werknemer, wat nu?

    Waar mensen samenwerken, kunnen misverstanden en irritaties ontstaan. Meestal komt u er samen uit. Soms loopt een meningsverschil zo uit de hand, dat hulp van buiten nodig is: conflictbemiddeling. Een bedrijfsmaatschappelijk werker kan escalatie van het conflict voorkomen en de arbeidsverhoudingen herstellen. Als onafhankelijke derde zoekt de bedrijfsmaatschappelijk werker samen met de werknemer en de werkgever naar een oplossing. Op het moment dat een werknemer zich ziek meldt, dan komt de bedrijfsarts in beeld om het verzuim in relatie tot het conflict te beoordelen.

  • Hoe kan ik een spoedspreekuur aanvragen?

    Een spoedspreekuur is er om op korte termijn door een (bedrijfs)arts te laten beoordelen of een werknemer arbeidsongeschikt is of niet. U kunt een spoedspreekuur aanvragen bij uw vaste contactpersoon. In de online portal Vandaag staat wie uw vaste contactpersoon is.

  • Er is een ongeval gebeurd, wat nu?

    Bij overlijden, blijvend letsel en ziekenhuisopname bent u verplicht de Inspectie SZW direct telefonisch in te lichten. Is er een bedrijfsongeval met verzuim dat langer dan drie dagen duurt, dan moet u een aantekening maken in het (verplichte) interne ongevallenregister. Is er een ongeval buiten het werkterrein gebeurd, en is er een derde partij betrokken, neem dan contact met op met uw vaste contactpersoon bij ArboNed voor het mogelijk verhalen van loon- en letselschade. De gegevens van uw vaste contactpersoon vindt u in de online klantportal Vandaag, of u neemt contact op met uw vestiging.

    Als werkgever bent u verplicht een veilige werkomgeving aan te bieden en arbeidsrisico’s te minimaliseren. Een Risico-inventarisatie en –evaluatie (RI&E) geeft u direct inzicht in de risico’s en met het plan van aanpak kunt u ongevallen voorkomen.

  • Hoe ga ik om met (oplopend) verzuim?

    Verzuim is een complex probleem. Het is naar voor de medewerker én voor de organisatie. De kosten van verzuim kunnen flink oplopen en de juiste begeleiding kan om een flinke tijdsinvestering vragen. Niet iedereen of elke situatie is hetzelfde. Daarom is er voor iedere vorm van verzuim een specifieke aanpak. In onze training Verzuimmanagement leert u alles over wettelijke verplichtingen, persoonlijke gesprekstechnieken en analyseren van verzuimcijfers zodat u verzuim effectief leert beheersen en beperken.

  • Wat kan ik met verzuimcijfers?

    Meten is weten. Door een duidelijke analyse van verzuimcijfers, aantallen en frequentie in uw bedrijf, per afdeling, persoonlijk of uit uw branche worden snel eventuele problemen duidelijk. Uiteraard helpen wij u graag bij het analyseren van die cijfers, het inzicht geven in de oorzaken en het ontwikkelen van een passend verzuimbeleid. Dit noemen wij een Verzuimanalyse. Bent u klant van ArboNed? Dan kunt u uw verzuimcijfers terug zien in de online portal Vandaag. Heeft u nog vragen over uw eigen verzuimcijfers uit de online klant portal Vandaag? Neem dan contact op met uw vaste contactpersoon.